Aanvoerder

Nederlands: Aanvoerder/aanvoerster
Engels: Leader of Captain.
Afkorting: L of C (A).
Doel: Aangewezen door coach, mogelijk in samenspraak met andere teamleden. Mogelijk een vervanger indien aanvoerder/aanvoerster afwezig is (Alternate)
Veldpositie: Afhankelijk van opstelling daar de aanvoerder/aanvoerster een speler uit het team is.
Vaardigheden: Speler met leidinggevende vaardigheden die het team aanwijzingen geeft indien de coach daar niet toe in staat is of daartoe opdracht geeft.

Training: Handelingen tot in perfectie beheersen door een langdurige (blijvende) training.

Keuze van de speler door coach/manager:
Hij of zij die altijd aanwezig is bij trainingen en wedstrijden (spelend of niet). 
(zo laag mogelijke absentie)
Mondige en positieve speler met hoog verantwoordelijksgevoel en niet onzeker is.
Gaat als enige (namens team) indien noodzakelijk 'in gesprek' met de Umpire en/of coach.